Forse billijke vergoeding vanwege onvoldoende herplaatsingsinspanningen

12 Sep 2018

 

 

 

De rechtbank Amsterdam heeft onlangs een forse billijke vergoeding toegekend aan een werknemer die is ontslagen met toestemming van het UWV, omdat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen om de boventallige werknemer te herplaatsen. Tevens nam de kantonrechter daarbij in overweging dat de werkgever ernstig verwijtbaar had gehandeld, door de functie van de werknemer feitelijk reeds op te heffen terwijl de werknemer nog in functie was.

 

Wat was het geval?

De werknemer was sinds 2007 in dienst van (de rechtsvoorganger van) Accor Hotels Services Netherlands B.V. De arbeidsovereenkomst werd per 1 maart 2018 opgezegd wegens bedrijfseconomische redenen, nadat Accor daarvoor toestemming had gekregen van het UWV.

 

De werknemer was het niet eens met de opzegging, omdat het vervallen van zijn functie naar zijn mening een rechtstreeks gevolg was van een eerdere juridische splitsing. De werknemer verzocht de rechtbank dan ook primair om toekenning van een billijke vergoeding wegens opzegging in strijd met het opzegverbod van artikel 7:670 lid 8 BW (overgang van onderneming als gevolg van een overeenkomst, fusie of splitsing van een economische eenheid die haar identiteit behoudt).

 

Subsidiair verzocht de werknemer om toekenning van een billijke vergoeding omdat Accor had opgezegd in strijd met artikel 7:669 lid 1 of lid 3 BW (opzeggen is slechts toegestaan indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt.)

 

De rechtbank volgde de werknemer niet in zijn primaire vordering. De subsidiaire vordering had wel succes: de rechtbank kende een billijke vergoeding toe van 6 maandsalarissen, omdat Accor zich onvoldoende had ingespannen om de werknemer binnen haar concern te herplaatsen. Deze billijke vergoeding kwam bovenop de transitievergoeding, die iets meer dan 3 maandsalarissen bedroeg.

 

Overwegingen bij het toekennen van de billijke vergoeding

Bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding volgde de rechtbank het ‘New Hairstyle arrest’. De rechtbank nam alle omstandigheden van het geval in overweging, waaronder de financiële gevolgen van het ontslag voor de werknemer en het feit dat de reden van het ontslag de werknemer niet kon worden toegerekend. Daarbij werd het Accor zwaar aangerekend dat zij de functie van de werknemer voorbarig had opgeheven, door onderdelen daarvan bij andere collega’s onder te brengen, terwijl de werknemer nog in functie was. Accor had, naar oordeel van de kantonrechter, op onzorgvuldige wijze ‘de poten onder stoel van de werknemer afgezaagd, terwijl hij er nog op zat.'

 

Benieuwd naar de uitspraak? Klik hier.

 

 

Please reload

Recente berichten

Please reload

© Boerleder Advocatuur & Mediation