Werkgever gedupeerd door foutieve Ziektewet-beoordeling van UWV

Ziektewet-uitkering: minder dan 65%

Zieke werknemers zonder werkgever (bijvoorbeeld zieke uitzendkrachten of zieke werknemers van wie de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is geëindigd) komen in aanmerking voor een Ziektewet-uitkering indien zij minder dan 65% arbeidsgeschikt zijn. De Ziektewet-uitkering wordt betaald door het UWV, tenzij de ex-werkgever eigenrisicodrager voor de Ziektewet is.

 

Eigenrisicodragers betalen het ziekengeld zelf, het arbeidsgeschiktheidspercentage wordt evenwel vastgesteld door het UWV.

 

Eerstejaars-beoordeling: meer dan 65%

Het betreft hier een werkgever die eigenrisicodrager is voor de Ziektewet en een ex-werkneemster die een eerstejaars-beoordeling krijgt van het UWV. Op basis van vier functies die de werkneemster volgens de arbeidsdeskundige nog zou kunnen vervullen, wordt het arbeidsgeschiktheidspercentage vastgesteld op 72,61%. De werkneemster heeft dus geen recht meer op een Ziektewet-uitkering.

 

Betekent dit dat de werkneemster van de een op de andere dag zonder geld komt te zitten? Nee.

 

Uitlooptermijn

Artikel 19aa lid 2 van de Ziektewet bepaalt dat het recht op ziekengeld blijft bestaan tot een maand na de dag waarop de werknemer in staat is om meer dan 65% van zijn zogenoemde maatmaninkomen te verdienen. Deze uitlooptermijn is bedoeld om de werknemer gelegenheid te geven om zich in te stellen op de nieuwe situatie.

 

De eerstejaars-beoordeling vindt plaats op 14 januari 2015, waarmee de Ziektewet-uitkering, met inachtneming van de uitlooptermijn, zou stoppen op 15 februari 2015.

 

Bezwaar: van 72,61% naar 67,7%

De werkneemster is het echter niet eens met het besluit van het UWV en gaat in bezwaar. In de bezwaarprocedure wordt geoordeeld dat twee van de vier door de arbeidsdeskundige geduide functies niet geschikt zijn voor de werkneemster. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voegt echter een nieuwe (derde) functie toe, waardoor een nieuwe berekening kan worden gemaakt. Resultaat: de werkneemster is nu 67,7% arbeidsgeschikt en heeft dus nog steeds geen recht op een Ziektewet-uitkering.

 

Het UWV hanteert nu echter een nieuwe uitlooptermijn, namelijk een maand na de dag waarop het nieuwe arbeidsgeschiktheidspercentage is vastgesteld. De Ziektewet-uitkering eindigt daardoor niet meer op 15 februari 2015, maar op 12 juni 2015. Gevolg: de werkgever moet bijna vier maanden langer ziekengeld betalen, terwijl feitelijk niets is veranderd aan de situatie dat de werkneemster al sinds 14 januari 2015 meer dan 65% arbeidsgeschikt is.

 

Beroep en hoger beroep

De werkgever is het niet eens met de beslissing van het UWV en gaat in beroep bij de rechtbank en (vervolgens) in hoger beroep bij de Centrale Raad voor Beroep (CRvB). Bij beide instanties vangt de werkgever bot. Zowel de rechtbank als de CRvB beslist dat het UWV terecht een nieuwe uitlooptermijn heeft gehanteerd. De ratio achter de uitlooptermijn is immers: de werknemer heeft tijd nodig om zich in te stellen op de nieuwe situatie.

 

De (eerste) nieuwe situatie, na de eerstejaarsbeoordeling, is dat de werkneemster geen aanspraak meer heeft op een Ziektewetuitkering. De (tweede) nieuwe situatie, na de bezwaarprocedure, is dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep twee functies heeft geschrapt en een functie heeft toegevoegd, waardoor de werkneemster zich anders zou moeten oriënteren op de arbeidsmarkt. De CRvB voegt daar nog aan toe dat de onaangename gevolgen voor de werkgever van het onjuist gebleken besluit van het UWV er niet toe mogen leiden dat de zorgvuldigheidseisen die gelden voor de intrekking van een uitkering van een verzekerde, opzij worden gezet.

 

Klik hier om de uitspraak te lezen.

 

 

 

 

Please reload

Recente berichten

Please reload

© Boerleder Advocatuur & Mediation